ECLI:NL:CRVB:2006:AV8861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D. J. van der Vos
- W. J. Schuttel
- R. C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering geschiktheid maatmanarbeid
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te weigeren per 12 augustus 2001, omdat zij volgens het UWV geschikt zou zijn voor haar eigen werk als accountmanager ondanks haar beperkingen.
De Raad oordeelt dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is. De arbeidsdeskundige ging uit van beperkte loopafstanden en parkeergelegenheid, maar hield onvoldoende rekening met de psychische belastbaarheid van appellante, mede door het overlijden van haar zoontje. Ook is onvoldoende inzicht gegeven in de belastende aspecten van het werk, zoals staan en lopen.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het griffierecht aan appellante vergoed. De Raad benadrukt dat geschiktheid voor maatmanarbeid in beginsel leidt tot geen arbeidsongeschiktheid, tenzij bijzondere omstandigheden zoals in dit geval aanwezig zijn.
Appellante had zich ziek gemeld na een miskraam en hervatte haar werk slechts gedeeltelijk vanwege vermoeidheids- en gewrichtsklachten. Het arbeidskundige rapport toont aan dat vergelijkbare functies bij andere overheidsinstellingen bestaan. De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.