ECLI:NL:CRVB:2006:AV8888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die wegens tuberculose en diabetes mellitus arbeidsongeschikt raakte, werd door het UWV beoordeeld als minder dan 15% arbeidsongeschikt en daarom niet gerechtigd tot een WAO-uitkering. De rechtbank oordeelde dat haar beperkingen niet zodanig waren dat zij niet over duurzaam benutbare mogelijkheden beschikte en dat de voorgestelde functies passend waren.
In hoger beroep betwistte appellante de vaststelling van haar medische beperkingen en bracht een aanvullend medisch rapport in. De Raad overwoog echter dat de medische gegevens en het functioneel mogelijkhedenprofiel voldoende waren onderbouwd en dat het UWV de belastbaarheid niet had overschat. Het gebruikte Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) werd als een rechtens aanvaardbare methode beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding om het UWV te veroordelen tot schadevergoeding en ook geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De passende functies werden als geschikt voor appellante beschouwd en haar bezwaar werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt is en over duurzaam benutbare mogelijkheden beschikt.