ECLI:NL:CRVB:2006:AV8893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ZW- en WAO-uitkering en terugvordering onverschuldigde betalingen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen meerdere besluiten van het UWV waarin zijn Ziektewet- en WAO-uitkeringen werden geweigerd en onverschuldigd betaalde uitkeringen werden teruggevorderd. Tevens werd hem een boete opgelegd wegens het niet melden van werkzaamheden.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen de weigering van de Ziektewet- en WAO-uitkering ongegrond verklaard en het beroep tegen de terugvordering niet-ontvankelijk. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Uit de medische informatie blijkt dat appellant vanaf 30 november 2001 niet arbeidsongeschikt was en dat hij gedurende de periode van september tot november 2001 als rozenknipper werkzaam was terwijl hij ZW-uitkering ontving.
De Raad oordeelt dat het UWV terecht de uitkeringen heeft geweigerd en teruggevorderd en dat de boete wegens overtreding van de inlichtingenplicht terecht is opgelegd. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd, waarbij de weigering van uitkeringen en terugvordering onverschuldigde betalingen gehandhaafd blijven.