ECLI:NL:CRVB:2006:AV9080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boete oplegging wegens te late loonopgave onder Coördinatiewet Sociale Verzekering
De zaak betreft een boete die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) oplegde aan gedaagde wegens het niet tijdig indienen van de periodieke loonopgave over het eerste kwartaal van 2003, in strijd met artikel 10, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale verzekering (CSV). De boete bedroeg 7,5% van de ambtshalve vastgestelde premie. Na bezwaar handhaafde het Uwv de boete, hoewel het een tweede overtreding vaststelde in plaats van een derde.
De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en stelde de boete op nihil, omdat de ambtshalve opgelegde premies waren gecrediteerd. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat deze creditering geen gevolgen heeft voor de boete, die terecht is opgelegd en gebaseerd is op een tweede overtreding die te wijten is aan opzet of grove schuld.
Voorts stelt de Raad vast dat de rechtbank ten onrechte het Uwv heeft veroordeeld in de proceskosten van gedaagde, omdat er geen sprake was van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van het Uwv ongegrond, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van het Uwv wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.