ECLI:NL:CRVB:2006:AV9443
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- R.E. Koerts
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Gelijkstelling met vervolgde? Kind uit een gemengd huwelijk en oorlogservaringen
In deze zaak gaat het om de vraag of eiser, geboren in 1938 als kind uit een gemengd huwelijk, gelijkgesteld kan worden met een vervolgde op basis van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Eiser heeft in juni 2004 een verzoek ingediend bij de Pensioen- en Uitkeringsraad, waarin hij stelt dat hij en zijn ouders in de Jodenbuurt woonden en dat zij de gevolgen van de vervolging van zijn vader, die in Westerbork gevangen zat, hebben ervaren. Eiser heeft aangevoerd dat de angst en onzekerheid die zijn ouders na de vrijlating van zijn vader voelden, hebben geleid tot een situatie waarin hij niet naar school mocht en in een soort onderduik heeft geleefd. De verweerster heeft het verzoek van eiser afgewezen, omdat zij van mening was dat de omstandigheden van eiser niet voldoende afweken van die van andere kinderen uit gemengde huwelijken.
De Centrale Raad van Beroep heeft de zaak op 16 maart 2006 behandeld. De Raad oordeelt dat de verweerster ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen feitelijke grondslag was voor de gelijkstelling van eiser met de vervolgde. De Raad heeft vastgesteld dat de omstandigheden waaronder eiser heeft geleefd tijdens de oorlogsjaren, in combinatie met zijn subjectieve beleving, duidelijk ongunstig waren en zich onderscheiden van die van andere kinderen. De Raad vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt de verweerster in de proceskosten van eiser, die in totaal € 334,58 bedragen, en bepaalt dat het griffierecht van € 35,- aan eiser wordt vergoed. De verweerster moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak.