ECLI:NL:CRVB:2006:AW1540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk bij andere werkgever
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde betrokkene per 19 juli 2001 een WAO-uitkering te weigeren omdat hij geschikt werd geacht voor zijn eigen functie als bedrijfsleider, zij het bij een andere werkgever. Betrokkene maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.
In hoger beroep bestreed appellant deze uitspraak en voerde aan dat de functies waarop de geschiktheid was gebaseerd actueel waren en dat de rechtbank deze had moeten betrekken. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en gemotiveerd, waardoor de rechtbank terecht het besluit vernietigde.
De Raad bevestigde echter dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand konden blijven, omdat appellant in hoger beroep een voldoende onderbouwing had gegeven dat betrokkene geschikt was voor acht functies op de arbeidsmarkt. De medische en arbeidskundige rapporten gaven geen aanleiding tot twijfel over de geschiktheid van betrokkene.
De Raad veroordeelde appellant tot betaling van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep en bevestigde de aangevallen uitspraak, behoudens de opdracht aan appellant om een nieuw besluit te nemen op het bezwaarschrift.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit tot weigering van de WAO-uitkering, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand en veroordeelt appellant in de proceskosten.