ECLI:NL:CRVB:2006:AW1585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling privaatrechtelijke dienstbetrekking projectmanager in hoger beroep
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep behandeld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam over de vraag of [betrokkene], werkzaam als projectmanager, terecht als verplicht verzekerd is aangemerkt door appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
De rechtbank had het besluit van appellant vernietigd wegens onvoldoende motivering, met name omdat niet voldoende was onderzocht of er daadwerkelijk sprake was van een arbeidsverhouding tussen gedaagde en [betrokkene]. De Raad stelt dat de beoordeling van een arbeidsverhouding moet plaatsvinden aan de hand van concrete feiten en omstandigheden, waarbij de schriftelijke overeenkomst een belangrijk uitgangspunt is.
De Raad concludeert dat appellant zich op basis van looncontrolerapporten en gesprekken met gedaagde een voldoende concreet beeld heeft gevormd van de arbeidsverhouding. Een aanvullend gesprek met [betrokkene] of de directie van gedaagde acht de Raad niet noodzakelijk. Op grond van de beschikbare gegevens is vastgesteld dat [betrokkene] verplicht was tot persoonlijke arbeidsverrichting, gedaagde loon betaalde en er een gezagsverhouding bestond, onder meer door de nauwgezette verantwoording van uren, langdurige samenwerking, werkplek en strategische positie.
De Raad vernietigt daarom het bestreden vonnis voor zover het de arbeidsverhouding betreft en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de privaatrechtelijke dienstbetrekking wordt bevestigd.