ECLI:NL:CRVB:2006:AW1586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking van docenten in psycho-pastorale zorg
Appellante, een organisatie die psycho-pastorale zorg verleent, stelde dat haar docenten geen privaatrechtelijke dienstbetrekking hadden. De docenten gaven cursussen volgens een vastgesteld programma, maar hadden vrijheid in de invulling en er was geen direct toezicht of controle door appellante.
Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, had op basis van een looncontrole geconcludeerd dat sprake was van een dienstbetrekking en verzekeringsplicht aangenomen. De rechtbank had dit besluit bevestigd, maar appellante ging in hoger beroep.
De Raad stelde dat voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking drie voorwaarden gelden: persoonlijke dienstverrichting, loonbetaling en een gezagsverhouding. De Raad vond dat gedaagde onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een gezagsverhouding bestond. Appellante bood slechts een organisatorisch kader en gaf geen aanwijzingen die docenten moesten opvolgen.
Daarmee vernietigde de Raad het besluit van 15 maart 2004 en de eerdere uitspraak, en bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd appellante het betaalde recht van €687,-- vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit en oordeelt dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond tussen appellante en de docenten.