ECLI:NL:CRVB:2006:AW1621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening en beoordeling van WAO-uitkering als inkomen in verband met arbeid bij ANW-uitkering
Appellante betwistte dat haar WAO-uitkering, hoewel uitbetaald via de werkgever, als inkomen in verband met arbeid moet worden aangemerkt voor de berekening van haar Algemene nabestaandenwet (ANW)-uitkering. Zij stelde dat de collectieve arbeidsovereenkomst een nettoloongarantie biedt die niet wordt gerespecteerd en voerde daarnaast bezwaren tegen de herberekening van haar ANW-uitkering.
De rechtbank Leeuwarden verwierp het standpunt dat de WAO-uitkering als inkomen in verband met arbeid moet worden aangemerkt, maar vernietigde het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) vanwege onduidelijkheid over de herberekening. De SVB berustte in dit vonnis.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de wettelijke regeling geen grondslag biedt om de WAO-uitkering anders te behandelen dan als inkomen in verband met arbeid. De Raad vond de herberekening door de SVB juist en wees de grieven van appellante af. Wel werd de SVB veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in beroep en hoger beroep, aangezien de rechtsbijstand als beroepsmatig werd aangemerkt.
De Raad verklaarde het beroep tegen het besluit van 17 november 2005 ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding in bezwaar af, maar kende deze vergoeding toe voor het beroep. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de SVB wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in beroep en hoger beroep.