ECLI:NL:CRVB:2006:AW1808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ranghandhaving adjudant-onderofficier voor teamleider Grensoverschrijdende Criminaliteit
Appellant, teamleider Grensoverschrijdende Criminaliteit bij de Koninklijke Marechaussee, stelde zich op het standpunt dat zijn functie onterecht in de rang van adjudant-onderofficier was gehandhaafd en dat de rang van luitenant toekwam. Hij verwees naar fluctuaties in functiewaarderingen en het ontbreken van een vastgesteld beleid, en stelde dat de totaalscore van zijn functie boven het midpoint van de rangbracket lag.
De Raad constateerde dat appellant geen concrete bezwaren had tegen de functiebeschrijving of de functiewaardering van 203 punten. De kernvraag was of het bestuursorgaan in redelijkheid de rang adjudant-onderofficier mocht handhaven. Het beleid schrijft voor dat bij een totaalscore boven het midpoint in beginsel de hoogste rang wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen.
De Raad oordeelde dat het belang van een evenwichtige personeelsopbouw en het voorkomen van onevenwichtigheden in de rangen een bijzondere omstandigheid vormde. Hierdoor was het redelijk dat de rang adjudant-onderofficier werd gehandhaafd. Ook het argument dat andere functies met dezelfde score wel de rang luitenant kregen, werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en verschillen in functiebeschrijving.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond had verklaard en oordeelde dat het bestuursorgaan niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel had gehandeld.
Uitkomst: De rang van adjudant-onderofficier voor de functie van teamleider Grensoverschrijdende Criminaliteit wordt bevestigd.