ECLI:NL:CRVB:2006:AW1829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vaststelling gedifferentieerde WAO-premie ondanks betwisting eerste arbeidsongeschiktheidsdag
Appellante betwistte het premiebesluit waarbij haar gedifferentieerde WAO-premie voor het jaar 2003 werd vastgesteld op basis van een uitkering aan een ex-werkneemster. Zij stelde dat deze ex-werkneemster al arbeidsongeschikt was voordat zij bij haar in dienst trad, en dat dit gevolgen moest hebben voor de premie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het premiebesluit. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het feit dat arbeidsongeschiktheid te verwachten was, niet betekent dat deze al was ingetreden. Ook werd vastgesteld dat de ex-werkneemster op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag in dienst was bij appellante, conform artikel 87e van de WAO.
Verder werd benadrukt dat in procedures over premiebesluiten de eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet ter discussie kan staan en dat een onjuiste vaststelling leidt tot premievermindering. Het onderscheid dat appellante maakte tussen de eerste arbeidsongeschiktheidsdag volgens de WAO en de Ziektewet werd niet gevolgd.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen reden tot vernietiging. Er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het premiebesluit en verklaart het hoger beroep van appellante ongegrond.