ECLI:NL:CRVB:2006:AW1880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verhuiskostenvergoeding op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten
Appellant verzocht op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en de Verordening voorzieningen gehandicapten 2001 om een financiële tegemoetkoming voor verhuiskosten vanwege psychische klachten en overlast in zijn huidige woning. De gemeente Rotterdam wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en de zaak uiteindelijk bij de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep bracht.
De Wvg-adviseur concludeerde dat appellant geen problemen ondervond bij het gebruik van zijn woning die verband hielden met bouwkundige of woontechnische kenmerken. De Algemene Beroepscommissie adviseerde de afwijzing te handhaven, omdat de psychische klachten niet door de woning werden veroorzaakt en appellant al meerdere malen was verhuisd.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd voor een relevant verband tussen zijn beperkingen en de woningkenmerken. Het ontbreken van bouwkundig bewijs en het feit dat de klachten niet direct aan de woning zijn toe te schrijven, leidde tot bevestiging van het eerdere besluit. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om verhuiskostenvergoeding wegens ontbreken van relevant verband met bouwkundige kenmerken.