ECLI:NL:CRVB:2006:AW1951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K.J. Kraan
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Weigering uitbetaling wegens ziekte niet genoten TOR-verlofuren aan ambtenaar politie
Appellant, een ambtenaar bij de politieregio Zeeland, heeft beroep ingesteld tegen de weigering van de korpsbeheerder om hem uitbetaling te verlenen van 464 uren verlof die hij wegens ziekte niet heeft kunnen opnemen. Dit betrof een combinatie van regulier verlof en TOR-verlof (Tijdelijke Ouderenregeling). De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij erop mocht vertrouwen dat het niet genoten verlof, mede op basis van administratieve overzichten, zou worden uitbetaald. Gedaagde voerde aan dat TOR-verlof een verlengde non-activiteit is en dat het Barp uitbetaling van niet genoten TOR-verlof uitsluit. De Raad onderschreef dit standpunt en wees erop dat artikel 13b van het Barp geen uitbetalingsmogelijkheid bevat zoals artikel 26 dat Pro voor regulier verlof wel doet.
De Raad concludeerde dat het TOR-verlof daadwerkelijk was verleend en dat het ontbreken van een uitbetalingsmogelijkheid in het Barp geen omissie maar een bewuste keuze van de wetgever is. Daarom is de weigering tot uitbetaling terecht en wordt het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot uitbetaling van wegens ziekte niet genoten TOR-verlofuren.