ECLI:NL:CRVB:2006:AW2018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor maatgevende arbeid en WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, viel uit wegens depressieve klachten en andere gezondheidsproblemen. Het UWV stelde dat zij geschikt is voor maatgevende arbeid en weigerde een WAO-uitkering toe te kennen vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
Appellante betwistte de medische beoordeling en stelde dat haar beperkingen en belastbaarheid onjuist waren vastgesteld. De Raad overwoog dat de medische beoordeling, inclusief aanvullingen van de huisarts en psychotherapeut, niet onjuist was en dat de belastbaarheid adequaat was vastgesteld.
De arbeidsdeskundige had niet volledig onderzocht of appellante geschikt was voor haar maatgevende functie, maar de Raad vond voldoende bewijs dat zij geschikt is voor de resterende geduide functies. Er is geen verlies aan verdiencapaciteit, waardoor het UWV terecht de WAO-uitkering weigerde.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellante en bevestigde het bestreden besluit van de rechtbank.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt bevestigd; appellante is geschikt voor maatgevende arbeid en heeft geen recht op WAO-uitkering.