ECLI:NL:CRVB:2006:AW2073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Herziening premiebesluiten sociale verzekeringen bij ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde zich op het standpunt dat herziening van premiebesluiten alleen mogelijk is bij nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Gedaagden verzochten om herziening van premies over 1992-1999 op basis van gewijzigde jurisprudentie, maar appellant wees dit af.
De rechtbank Alkmaar had de beroepen van gedaagden gegrond verklaard en de besluiten vernietigd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht ook geldt voor terugkomen van ambtshalve genomen besluiten en dat nieuwe feiten of omstandigheden vereist zijn.
De Raad stelde vast dat de door gedaagden aangevoerde gewijzigde jurisprudentie geen nieuw feit of omstandigheid vormt en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt omdat de premienota’s van een zusteronderneming andere werknemers betroffen. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de premiebesluiten blijven ongewijzigd.