ECLI:NL:CRVB:2006:AW2090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Premieplicht werknemersverzekeringen over stortingen aanvullend pensioen uit overuren en ADV-dagen
Appellante, een onderneming, stelde dat premies werknemersverzekeringen niet verschuldigd waren over stortingen op een aanvullende pensioenrekening gefinancierd uit de geldswaarde van overuren, ADV-dagen en vakantiedagen. Het UWV had deze premies nageheven, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat voor de periode tot 1 juni 1999 de stortingen, ook al was niet zeker of de stortingsbron beschikbaar zou zijn, toch als verplichte bijdragen moesten worden aangemerkt omdat werknemers vooraf een keuze maakten en zich daarmee verplichtten. Voor de periode na 1 juni 1999 oordeelde de Raad dat het UWV zelfstandig moet beoordelen of een pensioenregeling fiscaal erkend is volgens de Wet op de loonbelasting 1964, en dat het besluit van het UWV op dit punt onvoldoende gemotiveerd was.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten en vergoeding van het griffierecht. Hiermee werd bevestigd dat premies werknemersverzekeringen verschuldigd zijn over de bedoelde stortingen, ook indien gefinancierd uit overuren en ADV-dagen.
De uitspraak benadrukt het belang van het verplichte karakter van de stortingen en de fiscale erkenning van pensioenregelingen voor de premieplicht in het kader van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.