ECLI:NL:CRVB:2006:AW2137
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over vaststelling dagloon en evenredige vermindering ziekengeld
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV waarin het dagloon voor de berekening van ziekengeld was vastgesteld op €5,77 en evenredig verminderd vanwege afwisselend wel en niet werken. De rechtbank had het eerdere besluit van het UWV vernietigd omdat onvoldoende was onderzocht of appellant uit eigen keuze zijn uitzendwerk afwisselend verrichtte.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV opnieuw geen onderzoek had gedaan, maar de Raad volgde dit niet. Het UWV had herhaaldelijk geprobeerd informatie te verkrijgen, maar appellant had een formulier niet ingevuld of toegezonden. Het UWV stelde dat het formulier geen nieuwe informatie bevatte die tot wijziging van het dagloon zou leiden.
De Raad overwoog dat in situaties als deze mag worden aangenomen dat het niet werken voortvloeit uit persoonlijke voorkeur, tenzij sterke aanwijzingen anders aantonen. Zulke aanwijzingen ontbraken. Daarom bevestigde de Raad het besluit van het UWV en verwierp het beroep van appellant. Tevens werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot vaststelling van het dagloon en de evenredige vermindering van het ziekengeld.