ECLI:NL:CRVB:2006:AW2156
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- R.E. Koerts
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens niet tijdig betaald griffierecht
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 16 maart 2006 uitspraak gedaan in het geding tussen J. de Jong, wonende te Jeruzalem, Israël, als opposant, en de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, als geopposeerde. De zaak betreft de niet-ontvankelijkheid van het beroep van de opposant, dat was ingesteld tegen een besluit van de geopposeerde van 22 oktober 2004. De Raad had eerder, op 7 juli 2005, het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan. De opposant heeft hiertegen verzet aangetekend, stellende dat hij wel tijdig had betaald.
De Raad heeft het verzet van de opposant ongegrond verklaard. In de motivering werd gesteld dat de opposant niet had voldaan aan de vereiste om het griffierecht tijdig te voldoen in het onderhavige geding. De Raad concludeerde dat uit de beschikbare gegevens bleek dat het griffierecht niet binnen de aan de opposant gegunde termijn op de rekening van de Raad was bijgeschreven. Hierdoor was er geen ruimte voor de conclusie dat de opposant redelijkerwijs niet in verzuim was geweest.
De Raad heeft ook geen termen aanwezig geacht om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, dat betrekking heeft op proceskosten. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de griffier R.E. Koerts en werd openbaar uitgesproken. De opposant was niet verschenen ter zitting op 2 februari 2006, terwijl de geopposeerde zich had laten vertegenwoordigen door mr. C. Vooys, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.