ECLI:NL:CRVB:2006:AW2316
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Overschrijding bezwaartermijn niet verschoonbaar bij aanvraag uitkering vervolgingsslachtoffers
Eiseres heeft in juli 2004 een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Verweerster heeft dit verzoek op 19 november 2004 afgewezen. Eiseres maakte bezwaar op 2 maart 2005, ruim na de wettelijke bezwaartermijn van dertien weken.
De Raad heeft beoordeeld of de overschrijding van de bezwaartermijn verontschuldigbaar was. Eiseres gaf aan aanvankelijk geen bezwaar te willen maken wegens teleurstelling, maar onder druk van familie alsnog bezwaar te hebben ingediend. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om het verzuim te rechtvaardigen, mede omdat niet is gebleken dat eiseres gedurende de termijn niet in staat was om tijdig bezwaar in te dienen.
Daarom is het bestreden besluit, waarin het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard, in stand gebleven. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid door overschrijding van de bezwaartermijn.