ECLI:NL:CRVB:2006:AW2323
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Weigering WUBO-uitkering wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld tijdens Bersiap-periode
Eiseres, geboren in 1945 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in november 2004 een WUBO-uitkering aan op grond van gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan haar oorlogservaringen tijdens de Bersiap-periode.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat eiseres persoonlijk was blootgesteld aan oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Hoewel haar vader en oom tijdens die periode zijn vermoord, was er geen bewijs van directe betrokkenheid van eiseres bij deze gebeurtenissen.
De Raad oordeelde dat de verklaring van eiseres en haar broer onvoldoende werd ondersteund door aanvullende gegevens en dat het verlies van haar vader niet valt onder de calamiteiten zoals bedoeld in de wet. Daarom kon het bestreden besluit in stand blijven en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WUBO-uitkering blijft in stand.