ECLI:NL:CRVB:2006:AW2501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken processueel belang in boetezaak 5%-regeling
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Dordrecht waarin een boete opgelegd wegens overtreding van de 5%-regeling werd vernietigd. De rechtbank had geoordeeld dat appellant in de eerste helft van 2002 geen periodieke loonopgaven had gedaan, maar ging voorbij aan zijn stelling dat deze wel aan het SFB waren verstrekt.
In hoger beroep betoogde appellant onenigheid met de rechtbank over het niet toekennen van proceskosten en de terugbetaling van de boete. De Raad overwoog echter dat het hoger beroep niet ontvankelijk is omdat het geschil feitelijk was komen te vervallen door de toezegging van gedaagde om de boete te crediteren.
Verder oordeelde de Raad dat appellant geen belang had bij een inhoudelijke uitspraak over de loonopgaven en dat hij als natuurlijk persoon geen aanspraak kon maken op proceskostenvergoeding. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesueel belang.