ECLI:NL:CRVB:2006:AW2514
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding termijn onterecht verklaard door UWV
Appellante kreeg een boete opgelegd door het UWV wegens het niet tijdig inzenden van jaarloonopgaven over 2003. Het bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat de bezwaartermijn van zes weken was overschreden. Appellante stelde dat de boetenota en het besluit niet aan haar gemachtigde waren toegezonden, ondanks dat het UWV had bevestigd alle correspondentie naar de gemachtigde te sturen.
De Raad oordeelde dat het besluit tot boete een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is en dat de bezwaartermijn pas begint te lopen vanaf de juiste bekendmaking. Omdat het UWV wist dat J.H. Vos gemachtigde was, had het besluit aan hem moeten worden toegezonden. Dit was niet gebeurd, waardoor het bezwaar niet tijdig kon worden ingediend.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug naar het UWV voor inhoudelijke behandeling van het bezwaar. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante is terecht ontvankelijk verklaard en het besluit vernietigd vanwege onjuiste bekendmaking.