ECLI:NL:CRVB:2006:AW2538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctienota’s over Ziekenfondswetpremies en onkostenvergoedingen
Appellante maakte bezwaar tegen correctienota’s van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen over de jaren 1998 tot en met 2000, die betrekking hadden op niet ingehouden premies voor de Ziekenfondswet ten aanzien van een stagiaire en op bovenmatig geachte vaste onkostenvergoedingen aan werknemers.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de onkostenvergoedingen niet premieplichtig waren en het bestaan van een vermeende afspraak over de stagevergoeding niet kon aantonen. Appellante kwam hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat de rechtbank een juiste maatstaf had gehanteerd en dat de belastingdienstsacceptatie van een deel van de vergoedingen niet tot een ander oordeel leidt. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel vanwege het tijdsverloop werd verworpen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de correctienota’s en premievaststellingen blijven gehandhaafd.