ECLI:NL:CRVB:2006:AW2851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning als vervolgde op grond van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellant, geboren in 1936 als kind van een Joodse vader en een niet-Joodse moeder, verzocht om erkenning als vervolgde dan wel gelijkgestelde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Verweerster wees dit verzoek af omdat niet was vastgesteld dat appellant vervolging had ondergaan in de zin van de Wet, en zijn oorlogservaringen niet significant verschilden van die van andere kinderen uit gemengde huwelijken.
De Raad bevestigt dat kinderen uit gemengde huwelijken in principe niet als vervolgde worden aangemerkt en acht niet aannemelijk dat appellant onderduiking als vlucht voor vrijheidsberoving heeft ervaren. De verklaringen over onderduik en aanwezigheid bij wegvoeringen waren onvoldoende zwaarwegend. Appellant bezocht de kerk en school met het gastgezin, wat onderduik minder aannemelijk maakt.
De discretionaire bevoegdheid om gelijk te stellen met vervolgden is slechts terughoudend toetsbaar. De Raad oordeelt dat de omstandigheden waaronder appellant leefde zich niet duidelijk ongunstig onderscheiden van zijn categoriegenoten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellant wordt niet erkend als vervolgde of gelijkgestelde.