ECLI:NL:CRVB:2006:AW2871
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding creatieve therapie wegens ontbreken medische indicatie binnen psychotherapeutische behandeling
Appellante, een uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, verzocht om vergoeding van creatieve therapie. Deze vergoeding was eerder toegekend toen de therapie onderdeel uitmaakte van een psychotherapeutische behandeling. Verweerster wees de aanvraag af omdat de creatieve therapie niet meer was ingebed in een psychotherapeutische behandelstructuur met behandelplan, begeleiding en evaluatie.
De Raad overwoog dat vergoeding op grond van artikel 20 van Pro de Wet alleen mogelijk is indien de therapie medisch noodzakelijk is en ingebed in een psychotherapeutische behandeling. De medische adviezen en gegevens toonden aan dat na beëindiging van de dagbehandeling in augustus 2003 geen creatieve therapie meer werd voorgeschreven binnen een psychotherapeutische context. Een nieuw intakegesprek in maart 2005 leidde niet tot een directe start van een nieuwe behandeling, zodat dit geen grond bood voor vergoeding.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en het beroep ongegrond moet worden verklaard. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Appellante staat vrij een nieuwe aanvraag in te dienen indien zich nieuwe medische indicaties voordoen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding voor creatieve therapie wordt geweigerd wegens ontbreken van medische indicatie binnen een psychotherapeutische behandelstructuur.