ECLI:NL:CRVB:2006:AW2875
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van uitkeringspercentage op grond van inkomen echtgenote bij Wet vervolgingsslachtoffers
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarbij zijn uitkeringspercentage op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 werd verlaagd van 85% naar 75%. Deze verlaging was gebaseerd op het inkomen van zijn echtgenote dat in 2003 hoger was dan 30% van de maximumgrondslag.
De Raad heeft overwogen dat het inkomen van de echtgenote inderdaad boven deze grens lag en dat de wet dwingendrechtelijk voorschrijft dat in dat geval het uitkeringspercentage 75% bedraagt. Appellant betoogde dat hij de berekening niet begreep en dat de uitkering onjuist was vastgesteld, maar dit verweer werd verworpen.
Verder merkte de Raad op dat de voorlichting aan appellant over de wijziging van het uitkeringspercentage onvoldoende duidelijk was, en dat de uitvoeringsorganisatie in de toekomst heldere schriftelijke informatie moet verstrekken om soortgelijke procedures te voorkomen.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond, maar gelastte wel vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellant vanwege de gebrekkige voorlichting.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het uitkeringspercentage van 75% wordt bevestigd.