ECLI:NL:CRVB:2006:AW2951
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering weduwe vervolgingsslachtoffer wegens onvoldoende verband met vervolging
Appellante, weduwe van een persoon van Joodse afkomst die tijdens de Duitse bezetting vervolging heeft ondergaan, verzocht om een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. De aanvraag werd afgewezen door de Pensioen- en Uitkeringsraad, omdat het medisch advies geen voldoende causaal verband aantoonde tussen de oorlogservaringen en het overlijden van betrokkene.
De Raad overwoog dat het overlijden van betrokkene het gevolg was van een hartstilstand met onderliggende aandoeningen zoals hypertensie, nierfalen en diabetes mellitus, welke niet gerelateerd konden worden aan de vervolging. Ook de verklaring van een tandarts over PTSD werd niet als voldoende bewijs gezien, mede omdat betrokkene niet ten tijde van overlijden een uitkering genoot op basis van vervolgingsgerelateerde klachten.
De Raad concludeerde dat appellante geen recht had op de gevraagde uitkering en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 april 2006.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitkering bevestigd.