ECLI:NL:CRVB:2006:AW2980
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUV-uitkering wegens onvoldoende bewijs vervolging betrokkene
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarin haar aanvraag voor een WUV-uitkering werd afgewezen. De aanvraag betrof een periodieke uitkering als weduwe van betrokkene, die naar werd gesteld krijgsgevangenschap en gedwongen tewerkstelling in voormalig Nederlands-Indië had doorgemaakt.
De Raad overwoog dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat betrokkene vervolging in de zin van de Wet had ondergaan. Dit oordeel was gebaseerd op het ontbreken van verifieerbare gegevens, het niet voldoen aan voorwaarden omtrent nationaliteit en woonplaats, en het ontbreken van relevante archiefgegevens. Tevens werd een door appellante overgelegde getuigenverklaring terzijde gelegd vanwege gebrek aan directe kennis.
Gelet op deze omstandigheden kon het bestreden besluit in stand blijven en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 april 2006.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WUV-uitkering blijft in stand.