ECLI:NL:CRVB:2006:AW3313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering met terugwerkende kracht niet rechtsgeldig
Appellant ontving sinds 1982 een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO. Na een onderzoek naar mogelijke fraude werd de uitkering met terugwerkende kracht vanaf 19 oktober 1989 verlaagd naar een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse. Dit besluit werd door appellant aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant in diverse perioden loonvormende arbeid had verricht zonder dit te melden, wat een herziening rechtvaardigde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat alleen werkzaamheden in 1989 (9 dagen) en 1991 (29 dagen) vaststaan en dat deze beperkte werkzaamheden onvoldoende zijn om terugwerkende kracht te rechtvaardigen. Volgens vaste rechtspraak vereist herziening met terugwerkende kracht dat de verzekerde redelijkerwijs had moeten begrijpen dat hij geen recht meer had op de uitkering. Dit was hier niet het geval.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat het UWV een nieuw besluit moet nemen zonder terugwerkende kracht. Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.