ECLI:NL:CRVB:2006:AW3329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van 35-45% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid per 21 november 2001. Hij voerde aan dat zijn medische beperkingen, met name door de ziekte van Menière, niet juist waren meegenomen en dat hij de voorgehouden functies niet kon vervullen.
De rechtbank Arnhem had het beroep ongegrond verklaard, oordelend dat het onderzoek door de verzekeringsarts volledig was en dat appellant in staat werd geacht de passende functies te vervullen. In hoger beroep herhaalde appellant zijn medische grieven en stelde dat de medische gegevens onvolledig en onzorgvuldig waren verkregen. Tevens vroeg hij om een dossieronderzoek door een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant zich buiten het geschil begaf met sommige grieven en dat medische ontwikkelingen na de datum van beoordeling (21 november 2001) niet konden worden betrokken. De Raad vond geen aanwijzingen dat het UWV appellants beperkingen had onderschat. De inschakeling van een onafhankelijke deskundige was niet gerechtvaardigd. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.