ECLI:NL:CRVB:2006:AW4071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.W. Schuttel
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op juiste medische en arbeidskundige grondslag
De zaak betreft het hoger beroep van de erven van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het besluit van het UWV bevestigde om de WAO-uitkering van appellant te herzien. De herziening betrof een verlaging van de mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer naar 35 tot 45% per 7 februari 2002.
De rechtbank had geoordeeld dat het UWV zich op goede gronden baseerde, met een juiste medische en arbeidskundige grondslag. In hoger beroep werd door appellant psychische volledige arbeidsongeschiktheid aangevoerd, ondersteund door een rapport van psychiater-psychotherapeut Bissessur.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er geen gronden zijn om het besluit te vernietigen. Het rapport van Bissessur toont niet aan dat de beperkingen op de datum in geschil onjuist zijn vastgesteld. De Raad onderschrijft het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts dat de klachten bekend waren en meegenomen in de herbeoordeling.
De Raad bevestigt daarmee de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit van het UWV, waarmee de herziening van de WAO-uitkering rechtsgeldig is vastgesteld.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid per 7 februari 2002 wordt bevestigd.