ECLI:NL:CRVB:2006:AW4311
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.W. Schuttel
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WAZ-besluit wegens onzorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, een voormalig bedrijfsleider, viel uit wegens vermoeidheidsklachten en geheugenstoornissen en kreeg een WAZ-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Het UWV handhaafde deze mate van arbeidsongeschiktheid na een eerste jaars herbeoordeling, waarbij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek deels door een medewerker en niet volledig door een verzekeringsarts was uitgevoerd.
Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek onzorgvuldig was en de belastbaarheid was overschat. De Raad oordeelde dat het Schattingsbesluit vereist dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek uitsluitend door een verzekeringsarts wordt uitgevoerd en dat dit niet door andere functionarissen mag worden gedaan, ook niet gedeeltelijk.
De Raad stelde vast dat wezenlijke onderdelen van het onderzoek niet door een arts zijn verricht en dat dit gebrek ook in de bezwaarprocedure niet is hersteld. Dit is in strijd met het Schattingsbesluit en artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, die een zorgvuldig en volledig onderzoek voorschrijven.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het WAZ-besluit is vernietigd vanwege onzorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek en het UWV moet een nieuw besluit nemen.