ECLI:NL:CRVB:2006:AW5224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering toeslag wegens niet-opgave gezinsinkomen
Appellant ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet naast een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) herzag de toeslag over de periode 28 januari 2001 tot en met 27 januari 2002 vanwege een gewijzigd gezinsinkomen en vorderde een bedrag van € 2.560,20 terug wegens onverschuldigde betaling.
Appellant voerde aan niet te hebben geweten dat hij een toeslag ontving en dat het opgeven van het gezinsinkomen relevant was. De Raad concludeerde echter dat appellant wist of had kunnen weten van de toeslag en de informatieplicht omtrent het gezinsinkomen. Daarom was de herziening en terugvordering terecht.
Appellant verzocht om kwijtschelding van de terugvordering wegens financiële problemen, maar de Raad oordeelde dat geen sprake was van een dringende reden zoals bedoeld in artikel 20, vierde lid, van de Toeslagenwet. Het Uwv had bovendien het terug te vorderen bedrag beperkt tot € 50 per maand.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Haarlem en wees het beroep van appellant af. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter D.J. van der Vos en leden J.W. Schuttel en R.C. Stam op 21 april 2006.
Uitkomst: De herziening van de toeslag en de terugvordering worden bevestigd; het beroep van appellant wordt afgewezen.