ECLI:NL:CRVB:2006:AW6614
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig autospuiter, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend van 80% of meer arbeidsongeschiktheid na een arbeidsongeval in 1999. Na heronderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd de uitkering per 23 januari 2002 herzien naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. Appellant betwistte deze herziening en voerde aan dat zijn fysieke beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld, mede door pijnklachten en medicatiegebruik.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad achtte nader onderzoek niet noodzakelijk en vond dat het belastbaarheidspatroon, vastgesteld door de primaire verzekeringsarts en bevestigd door de bezwaarverzekeringsarts, adequaat rekening hield met de medische situatie van appellant.
Appellant overhandigde diverse medische verklaringen en rapporten, waaronder van een anaesthesioloog en een oefentherapeute, maar de Raad hechtte hieraan onvoldoende gewicht omdat sommige verklaringen niet van medici afkomstig waren en de medische gegevens geen aanleiding gaven tot herziening van het oordeel. De Raad concludeerde dat appellant niet heeft aangetoond dat het onderzoek onzorgvuldig of onvolledig was, en bevestigde daarom het bestreden besluit.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.