ECLI:NL:CRVB:2006:AW6738
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering op grond van het Uitkeringsreglement Maror-gelden
Appellanten hebben bij het Bestuur van de Stichting Afwikkeling Maror-gelden Overheid een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van het Uitkeringsreglement Individuele Uitkeringen. Deze aanvragen werden afgewezen omdat appellanten niet als belanghebbenden in de zin van het Reglement werden aangemerkt.
Zij stelden dat zij in juli 1939, op doorreis vanuit Oostenrijk naar Zuid-Amerika, Nederland probeerden binnen te komen, maar dat hen de toegang werd geweigerd en zij werden teruggestuurd naar Duitsland. Pas bij een tweede poging werden zij toegelaten, waarbij zij bezittingen en bagage verloren. Op grond hiervan vorderden zij rechtsherstel en een uitkering.
De Raad oordeelde dat de doelgroepomschrijving in het Reglement overeenkomt met de oorspronkelijke doelstelling van de regering om de Joodse gemeenschap te compenseren voor tekortkomingen in het rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog. Personen zoals appellanten, die slechts kort op doorreis waren en vóór het uitbreken van de oorlog in Nederland verbleven, vallen niet binnen deze doelgroep.
Ook het beroep op de hardheidsclausule in artikel 6 van Pro het Reglement werd verworpen, omdat geen sprake was van onbillijkheden van overwegende aard. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees de aanvragen definitief af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvragen voor een uitkering uit de Maror-gelden omdat appellanten niet binnen de doelgroep van het Reglement vallen.