ECLI:NL:CRVB:2006:AW7155
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgebeurtenissen
Appellant, geboren in 1942 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burgeroorlogsslachtoffer en toekenning van een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Zijn aanvraag werd afgewezen omdat niet was komen vast te staan dat hij direct betrokken was bij oorlogsgebeurtenissen die onder de werking van de Wet vallen.
De Raad overwoog dat de door appellant aangevoerde bombardementen en beschietingen onvoldoende waren bewezen, evenals de ontvoering van zijn zuster en de bijna-ontvoering van hemzelf. Ook de dood van zijn vader werd niet als oorlogsgeweld onder de Wet erkend, omdat appellant zich elders bevond. Beschietingen in 1950 vielen buiten de reikwijdte van de Wet.
Hoewel de Raad begrip toonde voor de moeilijke bewijspositie van oorlogsslachtoffers uit het voormalige Nederlands-Indië, vond zij de getuigenverklaringen onvoldoende objectief en concreet om de directe betrokkenheid van appellant te bevestigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard zonder toekenning van proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgebeurtenissen onder de Wet.