ECLI:NL:CRVB:2006:AW7243

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 april 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
06-1346 WAJONG VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:84 AwbArt. 8:86 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek voorlopige voorziening voor spoedige nadere beslissing UWV

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Centrale Raad van Beroep. Het verzoek strekte tot het spoedig verkrijgen van een nadere beslissing van het UWV, zoals bepaald in de aangevallen uitspraak.

Tijdens de zitting op 19 april 2006 heeft het UWV aangegeven binnen twee weken een nadere beslissing te zullen nemen. De voorzieningenrechter heeft het spoedeisend belang van verzoeker erkend en na belangenafweging besloten het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen.

De voorzieningenrechter draagt het UWV op binnen twee weken na datum van deze uitspraak een nadere beslissing op bezwaar te nemen ter uitvoering van de aangevallen uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht van verzoeker door het UWV vergoed.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het UWV wordt opgedragen binnen twee weken een nadere beslissing te nemen.

Uitspraak

06/1346 WAJONG-VV
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:84, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om voorlopige voorziening van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
in verband met het hoger beroep van:
verzoeker
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 augustus 2004, nr. 04/280 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 19 april 2006
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Verzoeker heeft tevens een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 april 2006. Verzoeker is in persoon verschenen. Het Uwv, ambtshalve opgeroepen, heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.M. Oltmans.
II. OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:86 van Pro die wet hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Voorzover de beoordeling van een verzoek om een voorlopige voorziening meebrengt dat het geschil in de hoofdzaak wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter een voorlopig karakter en is het niet bindend voor de beslissing in de hoofdzaak.
Verzoeker heeft verzocht om een voorlopige voorziening, strekkende tot het spoedig verkrijgen van een nader besluit, zoals is bepaald in de aangevallen uitspraak.
Ter zitting heeft het Uwv aangegeven binnen twee weken een nadere beslissing te zullen nemen.
De voorzieningenrechter ziet in hetgeen verzoeker heeft aangevoerd en hetgeen partijen verder ter zitting naar voren hebben gebracht een voldoende spoedeisend belang.
Gelet op het vorenstaande ziet de voorzieningenrechter, na afweging van de belangen, aanleiding de gevraagde voorziening te treffen, in die zin dat het Uwv wordt opgedragen binnen twee weken, ter uitvoering van de aangevallen uitspraak, een nader besluit te nemen.
III. BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe;
Draagt het Uwv op om binnen twee weken na datum van deze uitspraak ter uitvoering van de aangevallen uitspraak een nadere beslissing op bezwaar te nemen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan verzoeker het betaalde griffierecht van € 105,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J. Verrips als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 april 2006.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) J. Verrips.