ECLI:NL:CRVB:2006:AW7288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-toeslag wegens onverzekerde tijdvakken echtgenote
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een korting op de toeslag bij zijn AOW-uitkering omdat zijn echtgenote in bepaalde perioden niet als verzekerd werd beschouwd. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had de toeslag met 42% verlaagd vanwege onverzekerde tijdvakken, welke later werd teruggebracht naar 32%.
De rechtbank oordeelde dat de echtgenote in de periode dat zij in België woonde en werkte een zelfstandige verzekering had opgebouwd en daarom niet in Nederland verzekerd was. Ook na een wijziging van de EG-verordening 1408/71 per 2 augustus 1989 was zij niet verzekerd omdat zij geen vrijwillige verzekering had afgesloten. Appellant stelde dat de wetgeving discriminerend was en dat hij onjuist was geïnformeerd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. De Raad acht de korting van 32% terecht en oordeelt dat er geen sprake is van discriminatie of onjuiste informatieverstrekking door de Svb. De Raad ziet geen aanleiding om de Svb te veroordelen in proceskosten.
Uitkomst: De korting van 32% op de toeslag bij de AOW-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.