ECLI:NL:CRVB:2006:AW7508
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D. J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging en terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten uit arbeid
Appellant ontving naast een WAO-uitkering inkomsten uit een deeltijdfunctie als postkamermedewerker. Het UWV heeft de WAO-uitkering verlaagd met ingang van 1 december 2001 vanwege deze inkomsten en heeft onverschuldigd betaalde uitkeringen teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Appellant had redelijkerwijs rekening moeten houden met de korting op zijn uitkering vanwege de verhoging van zijn arbeidsinkomsten. Hoewel de korting eerder had moeten ingaan, heeft het UWV dit op zorgvuldigheidsgronden niet eerder toegepast.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn arbeidsuren hoger waren dan aanvankelijk aangenomen, maar de Raad oordeelde dat dit niet tot een andere indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse leidt. De Raad benadrukte dat de wettelijke bepaling gericht is op het voorkomen van onevenredig hoge cumulatie van arbeidsinkomsten en WAO-uitkering, ongeacht het aantal gewerkte uren.
De Raad ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering en de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen.