ECLI:NL:CRVB:2006:AW7868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde toeslag volgens Toeslagenwet
Appellant ontving sinds 6 april 1994 een toeslag als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een anonieme tip in 1997 heeft het UWV in 2001 onderzoek gedaan waaruit bleek dat de minderjarige dochter van appellant sinds 1993 bij haar moeder woonde, die ook kinderbijslag ontving. Appellant had op de inlichtingenformulieren echter aangegeven dat het kind bij hem woonde en dat hij kinderbijslag ontving.
De rechtbank had het besluit van het UWV tot terugvordering van de onverschuldigd betaalde toeslag bevestigd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat bij de aflossing van het terugvorderingsbedrag geen rekening was gehouden met zijn aanvullende ziekenfondspremie en schuld bij de FBTO, en dat het UWV te lang had gewacht met het onderzoek, waardoor de terugvordering beperkt zou moeten worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV verplicht is onverschuldigd betaalde uitkeringen terug te vorderen en dat het stilzitten van het bestuursorgaan geen dringende reden vormt om van terugvordering af te zien. De Raad sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en bevestigt het bestreden besluit. De argumenten van appellant over vrijwillige verzekering en schuld aan de FBTO bieden geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de onverschuldigd betaalde toeslag en wijst het beroep van appellant af.