ECLI:NL:CRVB:2006:AW7903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G. van der Wiel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid bestuurder voor kennelijk onbehoorlijk bestuur en premieschulden vennootschap
Betrokkene was bestuurder van een vennootschap die in 2001 failliet werd verklaard. Appellant stelde betrokkene hoofdelijk aansprakelijk voor niet-betaalde premies en boetes over 1998-2001 wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur. De rechtbank vernietigde deze aansprakelijkstelling, oordelend dat betrokkene ondanks kennelijk onbehoorlijk bestuur gedisculpeerd kon worden vanwege zijn inspanningen om crediteurenbelangen te beschermen.
Appellant ging in hoger beroep en betoogde dat betrokkene als enige bestuurder vanaf het begin verantwoordelijk was en zich eerder had moeten verdiepen in de financiële situatie. De Raad stelde echter vast dat het oordeel over kennelijk onbehoorlijk bestuur in hoger beroep ter discussie kan worden gesteld en dat betrokkene erop mocht vertrouwen dat bij niet-instellen van hoger beroep de aansprakelijkstelling zou worden teruggedraaid.
De Raad oordeelde dat de onvolkomenheden in administratie en late of ontbrekende jaarrekeningen onvoldoende bewijs zijn voor opzet om premies te frustreren. Ook de betalingen aan personen buiten de loonadministratie betroffen werkzaamheden en waren verantwoord. Betrokkene had na bekendwording van financiële problemen in 2000 getracht het tij te keren. Het faillissement was mede veroorzaakt door een geldschieter. Daarom bevestigde de Raad het vernietigende oordeel van de rechtbank en veroordeelde appellant tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De aansprakelijkstelling van de bestuurder voor premieschulden wordt vernietigd en de bestuurder wordt gedisculpeerd ondanks kennelijk onbehoorlijk bestuur.