ECLI:NL:CRVB:2006:AW7914

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 februari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1781 WVG
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • B.M. Biever-van Leeuwen
  • M.I. ’t Hooft
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing financiële tegemoetkoming eigen vervoer wegens beschikbaarheid collectief vervoer met begeleiding

Appellant heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van eigen vervoer. De gemeente Tilburg had dit geweigerd omdat appellant met begeleiding gebruik kan maken van het collectief vervoer, wat als goedkoopste adequate voorziening wordt beschouwd.

De Raad heeft het oordeel van de rechtbank bevestigd dat de verordening op grond van de Wvg het primaat geeft aan collectief vervoer. Het onderzoeksrapport van het Regionaal Indicatie Orgaan Midden Brabant uit 2003 en vaste jurisprudentie ondersteunen dit standpunt. Appellant voerde aan dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden, maar de Raad zag hiervoor geen aanleiding.

Belangrijk is dat meerdere gezinsleden aanwezig zijn die bij toerbeurt begeleiding kunnen bieden bij het collectief vervoer. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is bepaald dat redelijkerwijs medewerking van gehandicapten zelf of hun omgeving kan worden verlangd om vervoersproblemen op te lossen.

Op grond van deze overwegingen bevestigt de Raad het bestreden besluit en wijst het beroep af.

Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor financiële tegemoetkoming in eigen vervoerskosten wordt bevestigd.

Uitspraak

P R O C E S - V E R B A A L
van de mondelinge uitspraak op 22 februari 2006
CENTRALE RAAD VAN BEROEP
enkelvoudige kamer
5e zaak, reg.nr: 04/1781 WVG
Inzake: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
tegen
het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, gedaagde.
Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. M.E.F. Bredo, advocaat te Tilburg, zijn vader [naam vader] en zijn broer [appellant]. Gedaagde heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. C.J.C.J. Crombach, werkzaam bij de gemeente Tilburg.
Namens appellant is mr. M.E.F. Bredo in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Breda op 9 maart 2004 gegeven uitspraak, reg.nr. 03/1685 (de aangevallen uitspraak). De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit op bezwaar van
22 mei 2003 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft gedaagde de afwijzing van de aanvraag voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van eigen vervoer gehandhaafd op de grond dat appellant met begeleiding gebruik kan maken van het collectief vervoer.
Gelet op de in de gemeentelijke - op de Wvg berustende - verordening neergelegde uitgangspunten van de goedkoopste adequate voorziening en het primaat van het collectief vervoer, die volgens vaste jurisprudentie van de Raad aanvaardbaar worden geacht, en de in het onderzoeksrapport van het Regionaal Indicatie Orgaan Midden Brabant van 10 april 2003 neergelegde medische bevindingen komt de Raad tot het oordeel dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
Ook in hetgeen namens appellant ter zitting is aangevoerd, er op neerkomend dat gedaagde de hardheidsclausule had behoren toe te passen, heeft de Raad geen aanleiding gevonden om het oordeel en de overwegingen van de rechtbank niet te volgen. Daarbij acht de Raad van belang dat zich juist in het onderhavige geval de situatie voordoet dat er vele gezinsleden aanwezig zijn die indien en voorzover nodig geacht moeten worden bij tourbeurt in de begeleiding van appellant bij het gebruik van het collectief vervoer te voorzien. In dit verband zij gewezen op de vaste jurisprudentie van de Raad (onder meer in zijn uitspraak van 24 december 1999, reg. nr. 98/7777 WVG en van 28 april 1999, reg. nr. 98/687 WVG), inhoudend dat rekening kan worden gehouden met van de betrokken gehandicapten zelf of van anderen in diens omgeving zoals familieleden of huisgenoten, redelijkerwijs te vergen medewerking bij de oplossing of vermindering van de zich voordoende vervoers- of woonproblematiek.
Gelet op het vorenstaande dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.
De Raad beslist als volgt:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 22 februari 2006
De plv. griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer.
B.M. Biever-van Leeuwen M.I. ’t Hooft
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep.