ECLI:NL:CRVB:2006:AW7940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beëindiging vrijwillige Ziektewetverzekering met terugwerkende kracht afgewezen
Appellant was sinds 1 november 2000 vrijwillig verzekerd voor de Ziektewet. Na het onderbrengen van zijn onderneming in een besloten vennootschap per 1 januari 2001 verzocht hij in 2004 om beëindiging van de verzekering met terugwerkende kracht en restitutie van teveel betaalde premie.
Het UWV wees dit verzoek af omdat beëindiging van de vrijwillige verzekering alleen per toekomende datum mogelijk is, gezien het risico dat het UWV loopt wanneer premies niet worden betaald. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant tijdig had moeten informeren over de wijziging.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat het beleid van het UWV om alleen beëindiging per toekomende datum toe te staan aanvaardbaar is. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. De stelling van appellant dat het UWV geen risico liep omdat hij niet aan de voorwaarden voor een ZW-uitkering voldeed, wordt niet als bijzondere omstandigheid gezien.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de vrijwillige Ziektewetverzekering met terugwerkende kracht wordt afgewezen.