ECLI:NL:CRVB:2006:AW8118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsongeschiktheid met toepassing CBBS wegens onvoldoende motivering
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarin hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht, ondanks klachten zoals duizeligheid, migraine, trombose en chronisch vermoeidheid. De medische gegevens en de diagnose chronisch vermoeidheid werden door de verzekeringsartsen betrokken, maar de Raad oordeelde dat de diagnose onvoldoende objectief was om volledige arbeidsongeschiktheid aan te nemen.
Het UWV gebruikte het claim beoordelings- en borgingssysteem (CBBS) voor de arbeidskundige beoordeling. De Raad stelde vast dat het CBBS onvoldoende transparantie biedt, omdat signaleringen van overschrijding van belastbaarheid niet in de dossiers worden vastgelegd, wat controle bemoeilijkt. Dit leidde tot de conclusie dat hogere eisen aan de motivering van arbeidsongeschiktheidsschattingen met CBBS moeten worden gesteld.
Hoewel de gewenste onderbouwing pas in de hoger beroepsfase werd geleverd, vernietigde de Raad het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72 Awb Pro. Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellant, maar wees de vergoeding van kosten in bezwaar af omdat het besluit niet onrechtmatig werd herroepen.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.