ECLI:NL:CRVB:2006:AX1657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling WAO-dagloon op basis van provisieregeling soortgelijke werknemer
Appellant stelde beroep in tegen de vaststelling van zijn WAO-dagloon door het UWV, waarbij het dagloon was gebaseerd op een basissalaris en een provisieregeling van een soortgelijke werknemer bij Getronics Nederland. De rechtbank Amsterdam had eerder het besluit van het UWV vernietigd en bepaald dat het dagloon moest worden vastgesteld op basis van een soortgelijke werknemer met een provisieregeling.
Het UWV stelde het dagloon vervolgens vast op €80,12 met ingang van 24 oktober 1996, gebaseerd op een basissalaris van f 3.000,- per maand, vakantietoeslag en een provisie van 20%. Appellant betwistte dit en stelde dat hij recht had op een hogere provisie, mogelijk tot 100% van het basissalaris, en dat het totale inkomen in aanmerking genomen moest worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het dagloon was vastgesteld conform de uitspraak van 21 januari 1999 en dat het UWV niet onjuist had gehandeld door de provisie te baseren op gegevens van een vergelijkbaar bedrijf. Er waren geen verifieerbare gegevens overgelegd die een hogere provisie konden onderbouwen. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees de vordering van appellant af.
De Raad vond geen gronden voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak in het openbaar op 11 mei 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van het WAO-dagloon op basis van het basissalaris en een 20% provisieregeling van een soortgelijke werknemer.