ECLI:NL:CRVB:2006:AX1777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit dagloon WAO wegens onjuiste toepassing overwerkregeling
Appellant, werkzaam als chauffeur vloeistofoplegger, ontving een WAO-uitkering met een vastgesteld dagloon van €108,17. Hij betwistte de hoogte van dit dagloon omdat hij structureel overwerk verrichtte dat niet in het dagloon was verwerkt. Het Uwv wees het bezwaar af op basis van het Overwerkbesluit 1983, omdat alleen over een korte periode overwerkvergoeding was uitbetaald.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat alleen daadwerkelijk uitbetaalde overwerkuren in het dagloon mogen worden meegenomen, mede gelet op een eerdere uitspraak van de Raad uit 1995. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het Overwerkbesluit 2002 van toepassing is en dat de vraag of appellant het gehele jaar zou hebben overgewerkt als hij het hele jaar in dienst was geweest, door de werkgever moet worden beantwoord.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten en wijst het Uwv op nader onderzoek. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de uitkomst van het onderzoek nog onzeker is. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit over het dagloon wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten en het Uwv wordt veroordeeld tot nader onderzoek en proceskostenvergoeding.