ECLI:NL:CRVB:2006:AX1927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beëindiging opleiding tot rechter na onvoldoende beoordeling conceptvonnissen
Appellante, rechter-plaatsvervanger in opleiding, werd na een initiële opleidingsperiode en een verlengde fase beoordeeld op haar geschiktheid voor de functie van rechter. De opleiders constateerden wisselende kwaliteit en onvoldoende analytische diepgang in haar conceptvonnissen, wat leidde tot het besluit haar opleiding te beëindigen.
Appellante voerde aan dat het besluit in strijd was met opleidingsregels, het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel, en stelde dat er sprake was van onzorgvuldigheid en incompatibiliteit met betrokken rechters. De Raad oordeelde dat de opleiding en beoordeling conform beleidsregels waren uitgevoerd en dat de onzorgvuldigheden in verslaglegging haar niet hadden benadeeld.
De Raad benadrukte de terughoudende toetsing van beoordelingsbesluiten en concludeerde dat het totale beeld van de beoordeling voldoende was onderbouwd. Ook achtte de Raad de bezwaren over integriteitskwesties en incompatibiliteit niet relevant voor de verlengde opleidingsfase. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de opleiding tot rechter wordt ongegrond verklaard.