ECLI:NL:CRVB:2006:AX2009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatst werkzaam als inpakster, meldde zich ziek wegens psychische klachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Na medisch onderzoek door verzekeringsarts Rozema-Melissen en arbeidskundig onderzoek werd een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) vastgesteld en een arbeidsongeschiktheid van 3% vastgesteld. Op grond hiervan werd de WAO-uitkering geweigerd.
Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat haar arbeidsongeschiktheid was toegenomen door diverse klachten en overhandigde aanvullende medische informatie. De verzekeringsarts paste de FML aan, maar de arbeidsongeschiktheid bleef onder de 15%. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde dit oordeel en het bezwaar werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep betwistte appellante de juistheid van de FML en de geschiktheid van de geselecteerde functies, met name met betrekking tot werkdruk en deadlines. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling en functieselectie voldoende gemotiveerd en juist waren. De functies voldeden aan de criteria en de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigde de weigering van de WAO-uitkering.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en vond geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.