ECLI:NL:CRVB:2006:AX3054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door herhaald te laat komen
Appellant was van mei 2003 tot april 2004 in dienst bij Actomat B.V. en werkte bij een BP-station in Utrecht. Zijn functie kwam per 1 januari 2004 te vervallen, waarna hij een andere functie aannam. Vanaf november 2003 werd appellant herhaaldelijk schriftelijk gewaarschuwd wegens te laat komen. Op 26 februari 2004 werd hij ontslagen op staande voet vanwege opnieuw te laat verschijnen.
Het UWV weigerde daarop de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, omdat appellant zich niet hield aan de verplichtingen uit de WW. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat ook de werkgever schuld had aan het slechte werkklimaat en dat hij daarom niet verwijtbaar werkloos was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende nieuwe feiten aanvoerde en dat de verantwoordelijkheid voor het te laat komen bij appellant lag. Er was geen sprake van een verminderde mate van verwijtbaarheid. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door herhaaldelijk te laat komen.