ECLI:NL:CRVB:2006:AX3056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor onjuiste loonopgave en fraude met zwart uitbetaalde lonen
Appellante kreeg van het Uwv een boete opgelegd wegens het niet correct doen van loonopgave over 2000, inclusief een bedrag van 100% van de ambtshalve opgelegde premie wegens zwart uitbetaalde lonen. Het Uwv kwalificeerde dit als ernstige en omvangrijke fraude, met opzet of grove schuld. Appellante stelde dat zij driemaal werd bestraft en dat zij te goeder trouw mocht uitgaan van de echtheid van identiteitsbewijzen, maar deze grieven werden verworpen.
De rechtbank had vastgesteld dat appellante bewust betalingen buiten de administratie om verrichtte en onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte bij de identificatie van werknemers. De boete werd berekend conform het Boetebesluit werkgevers CSV en het Toepassingsbesluit 2001, waarbij ernstige fraude een boete van 100% rechtvaardigt. De Raad onderschreef deze overwegingen en bevestigde het oordeel van de rechtbank.
De Raad verwierp het beroep van appellante en oordeelde dat de naheffingen loonbelasting en premies geen strafrechtelijke sancties zijn, zodat het ne bis in idem-beginsel niet werd geschonden. Ook de stelling dat jurisprudentie over de echtheid van identiteitsbewijzen niet werd gevolgd, werd afgewezen omdat de gebreken aan de documenten ernstig waren. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 3 mei 2006 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De boete wegens onjuiste loonopgave en fraude met zwart uitbetaalde lonen wordt bevestigd.